Station

De afgelopen week is, vanuit politiek perspectief gezien, stormachtig geweest. De (goed bezochte) raadsvergadering van de gemeente Geldermalsen hield de gemoederen vóóraf al bezig en doet dit gezien het wonderlijke verloop nog steeds. Als hoofdgerecht stond het ‘Stationsplan’ op de kaart. Hoewel in algemene zin de smaak van de raadsleden in deze voorspelbaar is, zorgden 2 menukeuzen voor een bijzonder verloop van de stemming. De afwijzing van de fractieleider van de VVD week af van het stemgedrag van zijn partijgenoten. De instemming van de vice-voorzitter (CDA) deed dit ook, maar lijkt meer aandacht te hebben gekregen.
Resultaat van dit alles: een nipte meerderheid vóór van 10 tegen 9.

Het Nieuwsblad Geldermalsen kopte vorige week: “CDA’er Haan ‘redder’ van stationsplan”, zonder overigens in het artikel dit verder toe te lichten of duidelijk te maken waarom redder tussen aanhalingstekens staat.
Waarom worden de 2 ‘dissidente’ stemmen zo verschillend ervaren?
De VVD maakte net als het CDA, in eerste termijn een toespeling op afwijkend stemgedrag, maar deed dit op een luchtige, begripvolle manier. Bij het CDA voerde de ernst meer de boventoon.
De heer Haan heeft weliswaar - hiervoor spoorslags zijn vakantie onderbrekend - het plan ‘gered’, maar ook is duidelijk geworden dat deze keuze hem zeker niet gemakkelijk is afgegaan. CDA-breed was deze worsteling zichtbaar.

Er is hoofdelijk gestemd, verdeeld of niet, en de democratisch bepaalde uitslag is doorslaggevend. Zo werkt dat.
Dat neemt niet weg, dat het makkelijker is voor belanghebbenden om een uitslag te aanvaarden, als de stemverhouding vóór of tegen sprekender is. Bij een kleine, ogenschijnlijk toevallige, meerderheid van stemmen kan men zich afvragen of de uitslag mag rekenen op een breed draagvlak vanuit de bevolking.
Waarom niet vanuit het bestuur bij gewichtige onderwerpen een ambitieuze meerderheid van stemmen nagestreefd?
Al was het maar voor een 1ste stemronde.

Christophe Ch.R. Thole
Rumpt